Regelkennis

De 6 meest overtreden golfregels

1. Advies vragen of geven tijdens een qualifying ronde (Regel 10.2).
Iedereen kent wel de vragen ‘Wat sloeg jij?’ en ‘Kan jij zien wat ik fout doe?’, of de goedbedoelde opmerking ‘Je moet niet zo opkijken!’ Bij Strokeplay krijgt degene aan wie dit advies wordt gevraagd natuurlijk ook 2 strafslagen op het moment dat hij de vraag beantwoordt en daarmee advies geeft. De speler die bij Matchplay het eerst de fout maakt, verliest de hole. Inlichtingen geven of vragen over regels, afstand of de plaats van zaken is wel toegestaan.

2. Verbeteren van de ligging van de bal of de ruimte van de voorgenomen swing (Regel 8).
We kennen allemaal het voetje op een tak of de struik achter een been, zodat een moeilijk of niet speelbare bal plotseling wel speelbaar is, of het platdrukken van het gras achter de bal waardoor deze tijdens de slag ineens wel zichtbaar is. Deze actie scheelt vaak een slag, zeker als je de 2 daarvoor opgelopen strafslagen niet meetelt.

3. Identificeren van een bal zonder die eerst te markeren (Regel 7.3) of als het niet nodig is de bal op te nemen voor identificatie. Het is noodzakelijk dat de bal wordt gemarkeerd zodat je de bal ook op de juiste plek terugplaatst. Het levert 1 strafslag op als je hiermee de fout in gaat. Er volgt overigens geen straf als de bal van de speler per ongeluk bewogen wordt bij het zoeken (bv je trapt als je aan het zoeken bent per ongeluk op de bal die tussen de bladeren ligt, zie Regel 7.4).

4. De bal ligt in een hindernis en wordt op een foute plaats gedropt (Regel 17; 14.7).
In plaats van het punt waar de bal het laatst de grens van de hindernis kruiste, wordt vaak de plaats waar de bal ongeveer in de hindernis ligt als referentiepunt gebruikt om de bal buiten de hindernis te droppen. Meestal wordt een bal ergens op de kant gedropt, ter hoogte van de plaats waar de bal ongeveer in de hindernis ligt. Vooral bij de rode hindernissen kan dit een aanzienlijk lengtevoordeel opleveren. Men speelt dan echter wel van een verkeerde plaats (2 strafslagen!), maar dikwijls is er bovendien sprake van een ‘Serious Breach’ (ernstige overtreding) zodat de speler moet worden gediskwalificeerd als hij zijn fout niet op tijd herstelt; te weten alvorens hij een slag op de Tee van de volgende hole doet of de scorekaart inlevert!

5. Niet uitholen van korte putts tijdens een Strokeplaywedstrijd (Regel 3.3).
Dit is eigenlijk de meest merkwaardige, maar wel de ernstigste overtreding, die helaas zeer regelmatig voorkomt. Het gaat veel te ver om deze overtreding af te doen met de opmerking ‘Hoor eens even, ik speel wel voor mijn plezier….!’ of ’die putt geloof je wel!’ Het plezier in het spel wordt natuurlijk nooit bedorven door de korte putts gewoon in de hole te slaan. Niet-uitholen tijdens het spelen van een Q-kaart betekent: diskwalificatie.

6. Bal verloren in een hindernis, provisionele bal gespeeld (Regel 17, 18.1 en 14.7).
Als een speler zeker weet dat de enige mogelijke plaats waar zijn bal verloren kan zijn geraakt binnen een hindernis (rood of geel gemarkeerd) is, dan is het spelen van een provisionele bal niet toegestaan. Je moet dan of Slag en Afstand toepassen (Regel 18.1) of een ontwijkoptie kiezen (Regel 17).
Is het niet zeker dat de bal in de hindernis of ergens anders op de baan is terechtgekomen, mag je uiteraard om tijd te sparen wel een provisionele bal spelen. Deze wordt dan de bal in het spel als de oorspronkelijke bal niet gevonden wordt. Heb je dit niet gedaan, dan moet je alsnog Slag en Afstand toepassen. Doe je dit niet maar drop je een nieuwe bal bij de hindernis, dan speel je vanaf een verkeerde plaatst. Dit kost je 2 strafslagen bij Strokeplay of verlies van de hole bij Matchplay (14.7).

Wil je dit eens rustig doorlezen, gebruik dan de onderstaande QR code!

Etiquette: veiligheid, zorg en snelheid in de baan

Etiquette is belangrijk om golf veilig en leuk te houden.
In de nieuwe regels per 1 januari 2019 wordt het woord etiquette niet meer gebruikt. Er wordt nu gesproken van ‘Gedragsregels’ en ‘Normen voor spelersgedrag’ (regel 1.2).

Dit houdt het volgende in. Van alle spelers wordt verwacht dat zij in de geest van het spel spelen, ‘The Spirit of the Game’, door:

  • Integer te handelen, de regels te volgen, alle straffen toe te passen en in alle opzichten eerlijk te zijn tijdens het spel.
  • Rekening te houden met anderen door vlot door te spelen, de veiligheid van anderen in acht te nemen en een andere speler niet af te leiden bij het spel.
  • Goed voor de baan te zorgen door o.a. plaggen terug te leggen, bunkers aan te harken, pitchmarks te repareren en geen onnodige schade aan de baan te veroorzaken.

Veiligheid staat voorop

Het is belangrijk dat golfers op een veilige plaats gaan staan als iemand anders slaat. Neem ook de volgende twee regels altijd in acht:

  • Sla nooit als je spelers of baanpersoneel zou kunnen raken.
  • Roep altijd hard ‘FORE’ als een bal de verkeerde kant op gaat richting een persoon, ook als je zelf de bal niet sloeg.

Speeltempo

Pas ‘Ready golf’ toe, je speelt zodra het kan mits het veilig is:

  • Sta klaar, zodra het veilig is om te slaan word je geacht om dit in maximaal 40 seconden te doen.
  • Loop stevig door.
  • Sla een provisionele bal als je oorspronkelijke bal mogelijk buiten een hindernis verloren is of out of bounds is.
  • Zet je tas alvast bij de green richting de volgende hole.
  • Bekijk op de green je speellijn zodat je meteen kunt putten als je aan de beurt bent.
  • Verlaat de green zo snel mogelijk zodat de spelers achter jouw groep naar de green kunnen slaan.

Zorg voor de baan

De belangrijkste gedragsregels:

  • Betreed de bunker aan de lage zijde, hark de bunkers aan na een slag uit het zand, leg de hark terug met de tanden in het zand.
  • Plaats plaggen terug en stamp ze aan.
  • Herstel pitchmarks en andere schade aan de green.
  • Laat de vlag nooit vallen op de green maar leg de stok zachtjes neer.
  • Sta niet te dicht bij de hole om schade rondom de cup te voorkomen.
  • Op elke baan staan richtingaanwijzers die aangeven waar je met je kar of buggy mag komen.
  • En als je putt met de vlag in de hole, haal dan daarna op een zorgzame manier de bal uit de hole.
  • Respect voor medespelers.
  • Golfers worden ook geacht om rekening te houden met andere spelers. Als anderen slaan, maak dan geen lawaai en sta stil. Loop op de green niet door de lijn van een andere speler en zorg er voor dat andere spelers geen last hebben van jouw schaduw.